Eerste Anatomisch Theater
Na jarenlange voorbereidingen bereikten het stadsbestuur en de universiteit in 1743 een akkoord om een anatomisch theater te bouwen op de hoek van de Kapucijnenvoer en de Minderbroedersstraat. Professor Rega had op deze plaats eerder al de kruidtuin (1738) van de medische faculteit opgericht en daartoe de patriciërswoning Van Ophem gekocht.
Met de bouw van een anatomisch theater was de Leuvense universiteit veeleer laat in vergelijking met de vooruitstrevende medische faculteiten.
Dissecties werden al langer uitgevoerd, in publieke ruimtes en wellicht ook in de hallen van de universiteit. Deze locaties waren qua observatiemogelijkheden en hygiëne ver van optimaal. Er was dus behoefte aan een gebouw dat volledig ten dienste stond van de anatomische praktijk.
Anatomische snijzalen riepen niet alleen morele vragen op, zeker aan katholieke universiteiten, maar brachten evengoed technische problemen mee: geur, temperatuur, ontbinding, beschikbaarheid van lichamen …
De bouw van een geschikte ruimte vereiste dus een nauwe dialoog tussen architect en anatoom.
Rega koos voor Hustin, toentertijd een beginnende architect. De arts-professor financierde een deel van de bouw uit eigen middelen. De uitgebreide correspondentie tussen Hustin en Rega en de boekhouding van de bouw van het theater worden bewaard in het universiteitsarchief. De contacten tussen Rega en Hustin werden uitgebreid geanalyseerd door professor Misotten (1931-2019) die ook een historiserende maquette van het interieur van het theater maakte.
Het grondplan van het theater is een regelmatige achthoek. Deze vorm creëert een optimale circulatie rond het dissectieplatform en een gelijkmatige spreiding van het licht via de hoge vensters. De oorspronkelijke ruimte had een kuipvormige structuur met oplopende houten tribunes, zodat studenten vanuit verschillende hoogtes het dissectieproces konden volgen. Centraal stond een marmeren tafel.
De bakstenen gevel met zandstenen hoekkettingen is exemplarisch voor Hustins stijl. Het theater heeft mooi stukwerk dat goed bewaard is gebleven: andermaal kiest de architect voor bescheiden monumentaliteit.
Het anatomisch theater is een sleutelwerk binnen Hustins oeuvre: het is zijn meest unieke ontwerp en toont zijn beheersing van functionele architectuur.
Het bouwproces duurde ongeveer zeven jaar (1743-1750) en werd onderbroken door de Franse bezetting tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog.
Het gebouw vestigde Hustins reputatie bij de universitaire elite, waardoor andere opdrachten toestroomden.
In de late negentiende eeuw kreeg het pand een verrassend tweede leven als atelier voor de beeldhouwer Constantin Meunier (1831-1905), die er werkte aan zijn monumentale sculpturen over arbeid en industrie.
In de twintigste eeuw werd het gebouw als kerk gebruikt door de protestantse gemeenschap in Leuven. In 2025 startte de restauratie.
Een expert aan het woord
Joris Snaet is doctor in de kunstwetenschappen en bouwhistoricus aan de afdeling monumenten van de KU Leuven.
‘Hier werden van 1749 tot omstreeks 1877 lichamen ontleed door de professoren anatomie. Toen Constantin Meunier hier zijn atelier had, werden lichamen er – letterlijk - verbeeld. Dankzij de rekeningen in het archief van Hendrik Rega kunnen we het bouwproces reconstrueren en ons een beeld vormen van de houten tribune van waarop studenten het dissectieproces konden bekijken. Het is een lang gekoesterde droom om het theater in zijn oorspronkelijke toestand te reconstrueren. De huidige restauratie moet het gebouw opnieuw een ziel en beleving geven.’