Constantin Meunier
Constantin Meunier was aanvankelijk actief als schilder, maar werd vooral bekend als beeldhouwer, met sociaal geëngageerde sculpturen van arbeiders.
In 1887 werd hij benoemd tot leraar aan de Leuvense kunstacademie. Hij vestigde zijn atelier in het voormalige anatomisch theater, waar hij bleef werken tot 1895.
Tussen 1887 en 1895 realiseerde de kunstenaar hier een reeks gipsmodellen en figuurstudies waarin de arbeider centraal staat: De puddelaar, Het grauwvuur, De mijnwerker. Ook De verloren zoon en het beeld van pater Damiaan bij de Sint-Jacobskerk zijn in Leuven ontstaan. Het Monument van de Arbeid werd hier voorbereid.
In 1894 stierven Meuniers beide zonen, waarna de kunstenaar terugkeerde naar Brussel. Hij had inmiddels internationale erkenning verworven. In de laatste jaren van zijn leven werkte hij verder aan monumentale sculpturen waarin arbeid, solidariteit en menselijke waardigheid centraal staan.
Constantin Meunier overleed in 1905. Zijn nalatenschap wordt onder meer ontsloten in het Meuniermuseum (Elsene) en M Leuven. In dit oeuvre neemt de Leuvense periode (1887-1895) een centrale plaats in.