Traject 2
Van Hustins Anatomisch Theater naar het Kolveniershof
We werpen nog een blik op de neoclassicistische poort van architect Dewez (1771), waarop nog steeds Hortus Botanicus staat vermeld. Het was de toegang tot de eerste Kruidtuin (1738), gelegen achter het Huis van Ophem, waar later Stadsschool N°3 werd gevestigd (nu verbouwd tot het co-housing project Botanica).
Aan de overkant van de straat zien wij het poortgebouw van de tweede Jardin Botanique en van der Straetens Orangerie.
Daarna wandelen wij de Kapucijnenvoer af richting Cuythoek, maar voor we de Brusselsestraat bereiken, slaan we rechts de Hertogensite in naar het Institut Maisin.
Tussen dit gebouw en de nieuwe brug over de Dijle verrijst een markant kunstwerk van Jaume Plensa.
We lopen over de brug, waar we een mooi overzicht krijgen van de site van de voormalige Sint-Pietersziekenhuizen en de restanten van de eerste stadsomwalling.
Daarna wandelen we verder naar de Onze-Lieve-Vrouwstraat, waar we de Onze-Lieve-Vrouw ter Predikherenkerk passeren.
Hier stond de eerste burcht van de graven van Brabant. Nadien kwam er een dominicanerklooster, tot ook hier de kaalslag van de Franse Revolutionairen toesloeg.
We stappen verder naar de Brusselsestraat, die we links volgen naar de Romaanse Poort uit de twaalfde eeuw, een van de oudste Leuvense monumenten.
De poort was de toegang tot het Sint-Elizabethgasthuis. Tegenwoordig vindt het cultureel centrum 30CC hier onderdak.
We vervolgen onze tocht en slaan rechtsaf naar het Handbooghof, een restant van de bloeiende activiteiten van de schuttersgilde.
We lopen verder langs de Dijle via het Mercatorpad naar de Mechelsestraat en de Sint-Geertrui-abdij.
Na het oversteken van de Brouwerstraat botsen we op een klein Mercatorstandbeeld van de hand van Raoul Biront. Rechts stond tot het begin van de jaren 1970 het Craenendonckcollege, een realisatie van Hustin.
De parochie rond de (rijke) abdij was economisch en cultureel bepalend voor Leuven, ook in de tijd dat Hustins vader hier rentmeester was. De architecturale geschiedenis van de site, de groteske ingrepen van kanunnik Armand Thiéry (1868-1955) die nieuwe gevels samenstelde uit fragmenten van in 1914 vernielde gebouwen, de pedagogie waar de eerste vrouwelijke studenten verbleven, het scoutsmuseum en de bevreemdende sfeer die hier hangt, maken de site een uitstap op zich waard.
Via de abdij en het oude sluizencomplex komen we terecht in de Karel van Lotharingenstraat.
Daar staat een restant van de eerste stadsmuur en een toren in de tuin van huisnummer 14.
We vervolgen onze weg naar de Vaartstraat, waar aan de hoek met de Vital Decosterstraat het Kolveniershof ons opwacht.
Kolveniershof