J.A. Hustin

Het Maria-Theresia College en de jezuïeten

In 1583 werd het jezuïetencollege gesticht tussen het Pauscollege, de Sint-Michielsstraat, het Koningscollege en de Charles Deberiotstraat. De bijhorende Sint-Michielskerk zelf dateert van rond 1650.

In 1773 werd de orde door paus Clemens VII (1478-1534) opgeheven na tal van conflicten. In Leuven kregen de gebouwen een herbestemming als het Collegium Veteranorum, waar oud-theologiestudenten verbleven. 

Het college deed dienst als deel van het erg gecontesteerde seminarie-generaal onder keizer Jozef II (1786), als hospitaal onder Napoleon (1801), als opslagplaats van het Franse Leger (1810) en als afdeling Scheikunde van de pas opgerichte Rijksuniversiteit Leuven (vanaf 1817). 

In 1825 ontwierp Charles van der Straeten de Grote Aula naar aanleiding van de oprichting van het Filosofisch College voor seminaristen door koning Willem I; aan de rijksuniversiteit bestond namelijk geen faculteit theologie. In 1827 volgde de Kleine Aula. Bij de doorstart van de Universitas Catholica Lovaniensis werd het college vernoemd naar keizerin Maria Theresia, onder wiens bestuur het college na de afschaffing van de jezuïeten in 1773 werd hervormd.

Maria-Theresiacollege
Maria-Theresiacollege.
Maria-Theresiacollege II
Keizer Jozef II
Keizer Jozef II.