Wie is Hustin?
Een Brusselaar wijkt uit naar Leuven
Jacobus Anthonius – alias Jacques Antoine – Hustin (1709-1787) groeit op in het hart van de bestuurlijke en culturele elite van de Zuidelijke Nederlanden. De familie behoort tot de hogere nietadellijke burgerij.
Hustins grootvader, Christoffel, is advocaat bij de Raad van Brabant. Zijn vader Joannes Anthonius Hustin draagt de eretitel Nobilis Dominus. In Leuven is hij al in 1712 actief als rentmeester voor de abdij van Sint-Geertrui en daardoor een spilfiguur in het lokale netwerk van religieuze en universitaire instellingen.
Landmeter ...
In 1736 wordt Jacobus Hustin door de Raad van Brabant officieel toegelaten tot het ambt van landmeter. Zijn eerste bekende werken zijn kaarten van de Brusselse en de Tiensesteenweg. Ook de plannen van de Keizersberg zijn van zijn hand. Landmeters treden ook vaak op als bouwkundigen. Een formele opleiding tot architect bestaat in die tijd niet, maar allicht is het door zijn praktijkervaring op de werf dat Hustin evolueert tot een volwaardige architect-bouwmeester.
... en architect ...
Tussen circa 1740 en 1785 werkt Hustin in Leuven voornamelijk voor de universiteit en haar colleges. Daarnaast heeft hij ook andere opdrachtgevers: religieuze instellingen, het stadsbestuur, de gilden en lokale besturen uit de omgeving.
Zijn opdrachtgevers maken deel uit van de bestuurlijke en religieuze elite. Van professor Rega (1690-1754), de invloedrijke medicus en rector van Oude Universiteit, krijgt hij de opdracht voor het ontwerp en de bouw van het anatomisch theater in de Minderbroedersstraat. Professor Lelivelt (1707-1765), de president van het Hollands College, en professor Streithagen (1697-1777), rector en president van het Savoyecollege, laten Hustin belangrijke renovaties uitvoeren aan hun respectievelijke colleges.
... in woelige tijden
De eeuw van Hustin begint allesbehalve rustig. Na de Spaanse succesoorlog (1700-1714) wordt keizer Karel VI (1685-1740) de soeverein van de Oostenrijkse Nederlanden.
Na de dood van Karel VI in 1740 breekt de Oostenrijkse Successieoorlog uit, die tot 1748 aansleept. Voor Leuven is 1740 trouwens een crisisjaar met torenhoge graanprijzen, die hier en daar zelfs tot hongersnood leiden.
De troepen van de Franse koning Lodewijk XV (1710-1774) vallen in 1744 de Lage Landen binnen en houden er jarenlang huis – precies in deze periode komt Hustins carrière als bouwmeester op gang. Ook Leuven wordt een tijdlang bedreigd door de Fransen. Na hun vertrek breekt een periode van relatieve welstand aan, mede dankzij de aanleg van de Vaart richting Mechelen, die de industrie doet opleven.
Hustin, die in september 1747 met Anna Catharina Poels (1721-1788) trouwt, gaat zelf af en toe door een diep dal. In juni 1749 sterft zijn zoontje Jacobus, nauwelijks een week oud. In 1751 verliest het echtpaar hun tweede Jacobus, die wellicht doodgeboren wordt. Het stel zal geen kinderen meer hebben.
Hustin en zijn echtgenote blijven hun leven lang in Leuven wonen, eerst in de Mechelsestraat en daarna in de (huidige) Brouwersstraat.
Intussen wordt het Ancien Régime langzaam ondermijnd: de idealen van de Verlichting wijzen in de richting van een nieuwe maatschappelijke orde. Hustin overlijdt in 1787: hij zal de Franse Revolutie en de inname van de Lage Landen door de troepen van de revolutie niet meer meemaken.
Barok? Klassiek!
Hustins gekende oeuvre omvat een twintigtal gebouwen in Leuven en omstreken. Zijn ontwerpen hebben een zekere herkenbaarheid. Architectuurhistorisch kunnen wij de ontwerper beschouwen als een overgangsfiguur tussen de (laat)barok en de opkomende classicistische stijl van Lodewijk XV. Door de jaren heen komt hij tot een eigen stijl met strakke gevels, evenwichtige en symmetrische vensterassen en zorgvuldig aangebrachte maar vrij sobere ornamenten. Hustins materiaalkeuze is consistent: hij tekent bakstenen gevels met zandstenen details. De architect heeft een voorkeur voor duurzame infrastructuur zonder exuberante versieringen, maar speelt wel leentjebuur bij andere stijlen. Zo gebruikt hij rococo-elementen zoals acanthusbladeren, cartouches en rocailles. Zijn latere werk wordt dan weer gekenmerkt door sobere neoclassicistische lijnen.
De collega's
Tot Hustins meer bekende tijdgenoten behoren Laurent-Benoît Dewez (1731-1812), de hofarchitect van Karel van Lotharingen en de belangrijkste bouwmeester van zijn tijd in de Zuidelijke Nederlanden. Aan hem danken we de verspreiding van het neoclassicisme.
Een wat minder bekende collega is Claude Fisco (1736-1825), die het neoclassicistische complex De Valk in de Tiensestraat ontwierp (ca. 1783), maar vooral het Martelarenplein in Brussel vormgaf. In Leuven zijn voorts nog Joannes Baptista Jooris (1728?-1795) en Martinus Ghenne (1753-1813) actief.
Hustin als ambtenaar
Naast landmeter en architect-bouwmeester is Hustin tientallen jaren actief als bestuurder. Rector Streithagen stelt hem in 1759 aan als procurator van de universiteit; wat deze functie precies inhoudt, is niet duidelijk. Hij treedt ook op als gemeentesecretaris van Lovenjoel en Vertrijk.
Ontdek de gebouwen