Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk
Het bestuur van Maria Theresia betekent voor de Zuidelijke Nederlanden het begin van een periode van relatieve stabiliteit en hervormingen. De vorstin hangt een verlicht absolutisme aan: samen met landvoogd Karel van Lotharingen voert zij hervormingen door in bestuur, rechtspraak en onderwijs, maar tegelijk respecteert zij grotendeels de lokale privileges en instellingen.
Na de successieoorlog investeert Maria Theresia in infrastructuur. Een sleutelproject voor Leuven is het kanaal Leuven–Mechelen, operationeel in 1753. Dit kanaal verbindt Leuven met de Schelde en Antwerpen, en leidt tot een economische opleving, niet in het minst voor de Leuvense brouwerijen.
Maria Theresia hervormt ook de universiteit: ze ordonneert een nieuw reglement (1755) dat soberheid en discipline benadrukt. Overdadige ceremonies en exuberante uitgaven bij doctoraatsvieringen worden verboden. Colleges en kloosters worden soberder ingericht, met minder uiterlijk vertoon en meer orde … wat zich architecturaal onder meer vertaalt in de colleges die Hustin ontwerpt.